De Eend

HOOFDSTUK 1

 

Eend (Menon)

Haan en Kippen (Gorgias en zijn volgelingen)

Schildpad (Socrates)

 

Al enige tijd voelde de jonge eend zich onrustig. Dat gebeurde wel vaker als er een vraag in zijn hoofd rondspookte waarop hij maar geen antwoord kon vinden. Proberen een antwoord te vinden deed hij wel, maar telkens als de eend dacht dat hij een antwoord had, werd hij na een paar dagen alweer onzeker over de juistheid ervan. Dat veranderde toen de haan eens met een groep kippen op bezoek kwam. Ze hadden gezellig met alle dieren uit de Tuin in de avond om het vuur heen gezeten en geluisterd naar het prachtige, luide gekraai van de haan, die een mooie toespraak hield over de vraag hoe dieren 'goede dieren' konden worden.

Toevallig was dat net de vraag waar de jonge eend al een poosje over nadacht. De eend had zich namelijk voorgenomen om zijn ouders trots maken, door zo goed mogelijk te worden. Het probleem was alleen dat hij niet wist hoe dat precies moest, maar na het bezoek van de haan en de kippen was alles in één klap duidelijk geworden.

Tevreden ging de jonge eend die avond naar zijn nest om te slapen en te dromen van alles wat hij in het vervolg zou gaan doen om zijn ouders trots te maken. De volgende ochtend wilde de eend meteen beginnen, maar eerst zou hij zijn vriend de schildpad, het oudste dier in de vijver, bezoeken en vertellen over zijn nieuwe inzichten. De schildpad was namelijk al langer geïnteresseerd in de vraag naar het goede, maar had net als de eend nog geen juist antwoord gevonden.

Omdat de eend wist dat de schildpad graag met andere dieren praatte, ging hij aan de rand van de vijver op zoek. Daar trof hij de schildpad aan, die net aan wal was geklommen om een wandeling te maken in de hoop iemand te vinden om mee van gedachten te wisselen.

Eend: "Schildpad!" Opgewekt kwam de eend op de Schildpad afgerend. "Wat was het een bijzondere avond gisteren en wat heeft de haan mooi gesproken, vond je ook niet?"

In zijn enthousiasme vroeg de eend meteen door: "Wat denk jij eigenlijk, Schildpad, kun je leren om goed te zijn? Of is daar helemaal geen les voor nodig, en leer je dat vanzelf?" "Of..." want de eend had eerder ook nog nagedacht over een derde mogelijkheid, "gaat dat helemaal vanzelf, goed worden?"

Schildpad antwoordde: "mijn beste eend, het was beslist een interessante avond gisteren! Ik moet alleen eerlijk bekennen dat ik het verdraaid lastig vind om na te denken over al deze vragen, zonder helemaal op de hoogte te zijn van wat ik me moet voorstellen bij dat ene woordje, 'goed'. Zolang ik niet weet wat iets is, hoe kan ik dan eigenlijk weten wanneer iemand het is? Of denk jij soms wel, dat het mogelijk is om zonder jou ooit gezien te hebben, te weten dat jij bijvoorbeeld een prachtige jonge eend bent, met felgekleurde vleugels en een grote snavel?"

Waarop de eend verlegen antwoordde: "Ehm nee, dat denk ik niet. Maar schildpad”, vroeg de eend ongelovig, “hoe kan het nou dat jij niet weet wat 'goed zijn' betekent? Jij leeft immers al meer dan honderd jaar in deze vijver!"

Schildpad glimlachte en zei: "nou, als je dát al erg vindt, maak je borst dan maar nat voor het volgende. Ik heb in al die tijd zelfs niemand ontmoet die het wel wist!" En de schildpad barstte in lachen uit.

Eend: "Wat? Je hebt de haan en de kippen gisterenavond toch ontmoet?"

Schildpad zei luchtig: "Jazeker!"

Eend: "En jij dacht dat die het niet wist?"

Schildpad: "Weet je eend, mijn geheugen is niet meer zo best na al die jaren. Daarom kan ik je niet heel precies meer vertellen wat ik gisterenavond precies dacht. Dat betekent niet dat de haan niet weet wat 'goed zijn' betekent, hoor. Misschien wist hij het heel goed, en kun jij je nog wel herinneren wat hij toen precies gezegd heeft. Of beter nog, waarom leg je me niet uit hoe jij erover denkt, want als ik me niet vergis denk jij er precies zo over als de haan, nietwaar?"

Eend: "Dat klopt inderdaad! Geen probleem hoor, dat zal ik je haarfijn uitleggen", zei de eend vastberaden.

Schildpad: "Uitstekend, dan kunnen we de haan en de kippen verder met rust laten, aangezien zij er nu ook niet bij zijn en dus niet voor zichzelf kunnen spreken. Maar vooruit eend!" De schildpad was nieuwsgierig geworden: "Leg mij dan eens uit hoe het ook al weer zit met dat woordje goed en wat het precies betekent."

Eend: "Nou, het zit zo schildpad. Als je het wilt hebben over wat bijvoorbeeld een goede volwassen eend is, dan is het eigenlijk heel simpel: een goede volwassen eend bouwt een betrouwbaar nest, zorgt met liefde voor de kuikens en let er ondertussen ook op dat er geen ruzie ontstaat tussen andere eenden. Voor jonge eenden gelden weer andere eigenschappen die goed zijn, ze doen hun best om nieuwe dingen te leren, luisteren naar volwassen eenden en zijn aardig voor elkaar. En voor opa- en oma-eenden gelden weer andere dingen die goed zijn. Dit zijn trouwens maar een paar voorbeelden hoor, er bestaan nog veel meer manieren om goed te zijn, dat maakt het ook makkelijker om uit te leggen. Iedereen heeft, afhankelijk van hoe oud hij of zij is, manieren om goed te zijn."

Schildpad: "Het ziet ernaar uit dat ik geluk heb vandaag, eend," zei de schildpad. "Door jou ontdek ik, dat er allemaal verschillende manieren bestaan om goed te zijn, terwijl ik er eigenlijk maar naar één zocht. Al die verschillende manieren van goed zijn die je noemt doen me denken aan een zwerm van bijen! En nu we het er toch over hebben, als ik jou nou eens zou vragen wat het wezenlijke is van de bij, dus wat de bij nou eigenlijk écht is, en je zou zeggen dat er vele bijen in allerlei soorten en maten zijn, wat zou je mij dan antwoorden als ik jou vroeg: wat maakt al die verschillende bijen dan toch tot... bijen?! Daar heb je vast een antwoord op..."

Dat deed de schildpad nou wel vaker, dat eindeloze doorvragen. Soms werden de gesprekken dan zo ingewikkeld, dat de eend er helemaal van in de war raakte. Maar na gisterenavond was de eend zo zeker van zijn zaak, dat hij stellig antwoordde: "inderdaad!"

Schildpad: "Volgens mij is het ook zo met dat woordje goed. Hoeveel verschillende manieren er ook bestaan van goed zijn, ze hebben allemaal wat met elkaar gemeen, begrijp je wat ik bedoel, beste eend?"

Eend: "ik denk het wel, schildpad, maar wat wil je nu eigenlijk weten?" De eend merkte dat hij een beetje ongeduldig begon te worden en vond het vervelend dat de schildpad zijn enthousiasme niet meteen deelde.

De Schildpad merkte dit en vervolgde vriendelijk: "Kijk, wat ik wil weten eend, is of dat wat voor die bijen geldt, ook zo is met het goede. Weet je, je zei namelijk net dat er een goed is voor volwassen eenden, een goed voor jonge eenden, een goed voor opa- en oma-eenden, en ga zo maar door. Is er volgens jou dan bijvoorbeeld ook één soort gezondheid voor kinderen, en één soort voor volwassenen? Of maakt dat niet uit in dit voorbeeld?"

De eend: "Volgens mij hebben kinderen en volwassenen dezelfde soort gezondheid."

Schildpad: "Dat geldt ook voor zaken als grootte en kracht, toch? Ik bedoel, het maakt voor kracht zelf niet uit of die nou bij een kind of een volwassene voorkomt, of denk jij dat dit wel uitmaakt?"

Eend: "Nee, dat denk ik niet hoor."

Schildpad: "Zal het dan voor het goede wel een verschil maken of die nou bij een kind of bij een ouder iemand voorkomt?"

Eend: "Hmm, ik heb het idee dat we dit niet kunnen vergelijken met de andere voorbeelden, maar ik kan nog niet precies uitleggen waarom niet."

De eend deed zijn best om niet in de war te raken. De schildpad zag dat de eend hulpeloos begon te raken, en zei geruststellend:

Schildpad: "Geen probleem eend, ik vind het zelf ook erg ingewikkeld. Laten we er samen proberen uit te komen. Heb jij niet daarnet uitgelegd wat het goede is voor de verschillende soorten leeftijdsgroepen?"

Eend: "Jawel, dat heb ik inderdaad."

Schildpad: "Okee, dan heb ik nu deze vraag voor je: kun je bijvoorbeeld een goede eend zijn als je andere dieren altijd bedriegt en onaardig bent in de omgang met anderen?"

Eend: "Onmogelijk!"

Schildpad: "En als je betrouwbaar en vriendelijk bent naar anderen, kun je dan wel een goede eend zijn?"

Eend: "Dat moet haast wel."

Schildpad: "Als zowel kinderen en volwassenen goed willen zijn, dan hebben ze dus allebei de eigenschappen betrouwbaarheid en vriendelijkheid nodig, nietwaar?"

Eend: "Daar lijkt het wel op."

Schildpad: "En hoe zit het met de opa- en oma-eenden? Kunnen die ooit goed zijn als ze onbetrouwbaar en onaardig zijn?"

Eend: "Nee, dat lijkt me niet."

Schildpad: "Maar wel als ze betrouwbaar en vriendelijk zijn?"

Eend: "Ja", knikte hij.

Schildpad: "Zou je dan niet zeggen dat alle eenden op dezelfde manier goed zijn? Ze zijn dan goed omdat ze dezelfde eigenschappen bezitten."

Eend: "Blijkbaar", zei de eend een tikkeltje wantrouwig.

Schildpad: "Goed, nu we het daarover eens zijn, dan moet je me nu eens proberen uit te leggen wat het goede inhoudt volgens de haan, en volgens jou, die het met hem eens is."